Wet- en regelgeving

Wet meldcode

Sinds 1 juli 2013 is de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht. Betaalde krachten zijn dan verplicht om de meldcode te gebruiken bij signalen van geweld in de thuissituatie van leden, cliënten of deelnemers. De meldcode is verplicht in de sectoren zorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, asielzoekerscentra en reclassering.

De vijf stappen van de meldcode zijn:

  1. Breng signalen in kaart
  2. Overleg met een collega en raadpleeg eventueel Veilig Thuis 
  3. Spreek met de mogelijke pleger, tenzij de veiligheid dit niet toelaat
  4. Weeg het geweld of de kindermishandeling
  5. Beslis: organiseer hulp of meld (meldprotocol)

Meldcode ook voor vrijwilligers?

De meldcode is verplicht voor betaalde krachten. Maar wat moeten vrijwilligers doen als zij zich zorgen maken?

Bij organisaties waar betaalde én onbetaalde medewerkers werken, is de organisatie verplicht om in de meldcode op te nemen wat zij moeten doen als vrijwilligers zich zorgen maken. Het is belangrijk dat uw organisatie duidelijk communiceert bij wie vrijwilligers binnen de organisatie terecht kunnen met hun zorgen en vragen. Dat kan bijvoorbeeld de vrijwilligerscoördinator of aandachtsfunctionaris binnen de organisatie zijn. Dit vergroot de kans dat zorgen van vrijwilligers worden opgepakt en een problematische situatie wordt opgelost.

Bij organisaties waar geen betaalde krachten werken, is de organisatie niet verplicht om de meldcode in te voeren. Maar de wet biedt wel tips en richtlijnen voor pure vrijwilligersorganisaties. Wanneer vrijwilligers zich zorgen maken moeten zij bijvoorbeeld bij het bestuur terecht kunnen, of bij de aandachtsfunctionaris binnen de organisatie. Het bestuur kan hiervoor iemand binnen de organisatie aanwijzen. Dit kan iemand zijn met beroepsmatige kennis, ervaring of affiniteit met dit onderwerp.

Meer weten over de meldcode?